Bewoners van een door aardbevingen geteisterde provincie doen hun verhaal.

Bea heeft bijna alles meegemaakt als het om schadeafhandeling en versterking gaat.

Dag Sandra,

Na Zwartboek 1 en Zwartboek 2 is er veel gebeurd en tegelijkertijd niets. De schademelding uit 2016 (Zwartboek 1), een zogenaamde ‘oude schade’ is ondertussen in het voorjaar van 2019 door de Arbiter behandeld. ‘Oude schade’ is de verhullende term voor schademeldingen van vóór 31 maart 2017. Hoewel de Arbiter mij in totaal ruim 35.000 euro heeft toegekend, in plaats van de schamele 3.300 die NAM bood, zijn niet alle kosten die ik moest maken voor juridisch-technische ondersteuning door de Arbiter toegekend. Om onduidelijke redenen stelt de Arbiter in alle zaken een plafond van 20 uur ondersteuning, dus minder dan 7 uur per jaar. Ik ben daar ver overheen gegaan, en dat was nodig om tot deze uitspraak te komen. Mijn eigen tijd, meer dan 100 uur, kwam natuurlijk??? helemaal niet voor vergoeding in aanmerking. De arbiter beschouwde dat als een vrijwillige keus. Tsja. Gelukkig had de provincie ook nog een potje gecreëerd, waaruit ook nog een deel van de ondersteuningskosten kon worden gedekt, maar nog steeds is het merendeel van de ondersteuningskosten voor mijn rekening gekomen. De arbiterzitting was heftig: ik voelde mij door de NAM-vertegenwoordiger tot het diepst van mijn ziel gekrenkt en bewust onheus behandeld, en dat in mijn eigen huis. Gelukkig zag en doorzag de Arbiter dat gedrag van de NAM-vertegenwoordiger en hij wist het op de juiste waarde te schatten. In de uitvoering van de uitspraak deed NAM overigens ook nog moeilijk en nonchalant-vertragend. Om de NAM tot onvoorwaardelijke uitbetaling te brengen moest menig mailtje gewisseld worden.

De schade die ik medio 2018 ontdekte (zie Zwartboek 2), ná de aanmelding van de ‘oude’ schade bij de Arbiter, is ondertussen in 2019 door TCMG versneld beoordeeld, zodat deze melding afgerond kon worden voor het (al in 2016 ingezette) versterkingstraject daadwerkelijk van start zou gaan. Hoewel het rapport van de TCMG goed was, de expert en bewonersbegeleider aardig en kundig, werd in dit geval de ondersteuning door mijn eigen bouwkundige die namens mij de technische kant begeleidde en beoordeelde helemaal niet vergoed. Ook in dit geval ging het om tienduizenden euro’s schade.

Ik wil alle schade graag tegelijkertijd met het versterken laten herstellen, maar ook dat traject verloopt moeizaam. Mijn versterkingstraject loopt vanaf 2016, via Heft-in-eigen-Hand, een nog niet afgeronde ‘pilot’ voor huizeneigenaren. Het versterkingsvoorstel dat eind 2018 werd besproken (zie Zwartboek 2) had moeten leiden tot een start van het daadwerkelijke versterken kort voor of direct na de bouwvak van 2019. Mede door het trage beoordelen in 2019 van het versterkingsvoorstel door CVW, nodig voor de budgetgoedkeuring door NAM, werd de beoogde datum steeds verschoven. Medio september kwam eindelijk goedkeuring voor het budget van NAM/CVW en kon de bouwvergunning worden aangevraagd. Een start per begin november leek daardoor haalbaar, mits ik vóór die tijd vervangende woonruimte zou hebben geregeld. Dat heb ik gedaan. En toen kwam de kink (weer) in de kabel: de conceptversie van de depotovereenkomst met NCG/EZK, nodig om de kosten van het versterken te kunnen declareren, kwam binnen op 2 oktober. Maar die zat zo vol losse draadjes voor de bewoner dat het niet verantwoord was om te tekenen, laat staan om op grond daarvan op eigen naam een aanneemovereenkomst aan te gaan. Met ondersteuning van de juristen van Vereniging eigen Huis zit ik nu in moeizame onderhandelingen met de NCG in een poging te komen tot een depotovereenkomst die mij als bewoner, en daarmee alle bewoners in een vergelijkbare situatie, vrijwaart van onverantwoorde financiële risico’s bij deze noodzakelijke versterking. De depotovereenkomst was ‘veilig’ voor de NCG, ‘veilig’ voor de notaris, maar niet veilig voor mij, de bewoner met het onveilige huis. Ik heb begin november, na veel aandringen va mijn kant een gesprek gehad met NCG Peter Spijkerman, maar alles ligt stil zolang er niet een tekenbare depotovereenkomst ligt. De aannemer heeft noodgedwongen zijn planning opgeschort, maar andere kosten lopen al, voorlopig voor mijn rekening. Gelukkig heeft de burgemeester van Delfzijl, Gerard Beukema, de betaling van de bouwleges op laten schorten tot er een goede depotovereenkomst ligt. Omdat de bouwvergunning door de vertegenwoordiger van de NCG namelijk op mijn naam is aangevraagd kwamen nota en eerste aanmaning ook al op mijn mat. Omdat er nog steeds geen getekende depotovereenkomst ligt zou ik die anders persoonlijk hebben moeten voorschieten zonder ze te kunnen declareren, een bedrag ter grote van meerdere docentenmaandsalarissen. Na een eerste schriftelijke reactie van de NCG na ons gesprek begin november volgde op 30 november een tweede schriftelijke reactie per mail, met hoopvolle formuleringen, toezeggingen en garantie, en op 11 december leidden die tot een aangepast contract dat er goed uitzag. Er moesten daarna nog slechts wat woordjes worden gewijzigd en we zouden kunnen tekenen. Op dat moment zou een contract, dat was als een auto zonder airbag (kan lang goed gaan) gewijzigd zijn in een ‘contract met airbag’.

Tot mijn verbijstering arriveerde op 17 december het ‘definitieve’ contract, maar met NAM ipv met EZK/NCG. NAM niet aan de achterdeur maar in de keuken! Vuurwerk van mijn kant! Dat resulteerde op 18 december in een depotovereenkomst die opnieuw was aangepast, nu op de manier die ik tekenbaar vind en in een versie die ik, samen met Vereniging eigen Huis, zal doorgeven aan anderen. Een tekenafspraak is in de maak. Zal het in 2016 gestarte traject dan misschien in 2020 leiden tot versterking?

Bea Blokhuis, 19 december 2019

Update augustus 2020:

Na het vorige overzicht voor het zwartboek is ondertussen meer dan een half jaar verlopen. Op 19 december was ik hoopvol en verwachtte ik geen kinken meer in de kabel, maar die kwamen nog wel: de notaris die mij vanuit NCG was aangeboden voor de depotovereenkomst tilde het tekenen tot over de jaarwisseling omdat ze een en ander nog wilde bestuderen na de aanpassingen. In de loop van januari gaf ze doodleuk te kennen: ik doe het niet want er is van alles gewijzigd. Gelukkig had ik al eerder een andere notaris gepolst en die was daarom à la minute gereed om de depotovereenkomst over te nemen. Er leek dus getekend te kunnen worden. Ondertussen had per 1 januari BZK het versterken overgenomen van EZK. Medio januari zou ik op een vrijdag aan het eind van middag met vice-NCG Tilly Stigters het tekenen van de depotovereenkomst bespreken, maar die verraste of beter gezegd verbijsterde me door de mededeling dat er geen depotovereenkomsten meer zouden worden afgesloten maar dat er wat nieuws in de maak was, iets met subsidies.

Dus bijna 4 maanden voor niets onderhandeld? Ik mailde die avond en de daaropvolgende nacht (die nacht sliep ik niet) ‘iedereen’, onder wie ook Sandra Beckerman en de zeer betrokken burgemeester van Delfzijl, Gerard Beukema, over de in mijn ogen malafide overheid. Er werd inderdaad nog dat weekend actie voor mij ondernomen en het heeft geholpen. Maandagochtend werd ik gebeld en gemaild door Tilly Stigters dat er vanuit het ministerie van BZK toch toestemming was gekomen voor een/ deze depotovereenkomst. Nog diezelfde week werd getekend. Ik heb de tekst van ‘mijn’ depotovereenkomst met anderen gedeeld: veel van de wijzigingen zijn ook voor anderen van belang en maken de positie van de bewoner ‘veiliger’ binnen de bureaucratie van overheid en NCG. Het depot is door BZK vlot bij de notaris gestort. Daarna: contracten met de aannemer (februari), start voorbereiden van de bouw, en vanaf medio maart start met het versterken, met daarbij het schadeherstel. De verwachting was dat eind september 2020 alles klaar zou zijn, maar mijn huis zorgde voor wat verrassingen, waardoor extra ingrepen moeten gebeuren. Hopelijk ben ik toch voor de kerst thuis. Door het gedraal van de NCG met de depotovereenkomst heb ik bij de start 4 maanden extra mijn vervangende woonruimte moeten huren, door mij voorgeschoten, omdat er toen nog geen depot was. Pas in februari 2020 kreeg ik de huur vanaf medio oktober 2019 terug. Ook de kosten van de verhuizing moest ik om die reden voorschieten. Gelukkig kon dat doordat TCMG wel vlot had gewerkt en de schadegelden als buffertje op mijn rekening stonden voor de oorspronkelijk geplande start van het versterken, anders had ik noodgedwongen akkoord moeten gaan met een ‘onveilige’ depotovereenkomst (of later een vage subsidietoezegging). Wie zou immers ooit een aanneemovereenkomst (van tonnen!) op eigen naam durven afsluiten met als financiële basis een vage toekomstige subsidieregeling van de overheid? Hoe is het met de ouders in de toeslagenaffaire gegaan? Het ziet er naar uit dat mijn traject na jaren tot een afronding kan komen. Tegelijkertijd blijkt dat veel anderen in dezelfde versterkingspilot Heft-in-eigen-Hand/ Eigen Initiatief hopeloos in de bureaucratie verzanden. Toezeggingen blijken boterzacht, staan niet helder op papier en worden door de verschillende bouwbegeleiders soms verschillend geïnterpreteerd. Vaak te nadele / tot wanhoop van de bewoners. De mede door mij in 2016 opgerichte bewonerscontactgroep probeert ook hier zaken vlot te trekken en regels helder te krijgen. Vanuit NCG worden wij evenwel (al vanaf 2016!) niet als gesprekspartner gezien. Er zijn Kamervragen gesteld, o.a. door Sandra, krantenartikelen verschenen in de regionale pers, maar slechts ca 10% van de 272 deelnemende woningen is daadwerkelijk versterkt of vervangen door nieuwbouw (juni 2020). Het merendeel van de projecten (66% per juni 2020) stagneert, vaak al jaren, bij de fase ‘planvorming’.

Bea Blokhuis

Verder Bericht

Vorige Bericht

Wij Zijn Groninger is een initiatief van de SP © 2022

De verzamelde gegevens worden verwerkt in overeenstemming met het privacy-beleid van de SP.

Fotos: SP | Realisatie: Stijn Dekker / SP Webteam

Thema door Anders Norén